Edda Project: Skirnismal – De zending van Skirnir NL

Freyr-Large

Skirnismal
Vertaald door Dave Muijen aka SjpielseWolf

Freyr, de zoon van Njord, zat op een dag op de troon Hlidskjalf. Als hij daar zat, kon hij alle werelden overzien. Hij keek vanuit zijn troon naar Jotunheim, waar de reuzen wonen. Hij zag hoe een mooi meisje van haar vaders zaal naar haar eigen kamer liep. Hij vond het meisje zรณ mooi, dat hij op slag verliefd werd! Hij at niet meer, sprak niet meer, en dacht alleen nog maar aan dat mooie, maar onbekende meisje.

Njord, de vader van Freyr weet niet wat er met zijn zoon aan de hand is. Daarom vraagt hij Skirnir, de vriend en dienaar van Freyr om met hem te praten.

Njord:

1 Ga nu, en praat met mijn zoon.
Probeer te ontdekken,
Waardoor hij toch zo raar doet.

Skirnir:

2 Is goed, ik zal met je zoon praten.
Zo gauw ik weet waarom hij zo raar doet,
laat ik het je weten.

Skirnir ging naar Freyr toe…

Skirnir:

3 Zeg eens mooie Freyr, belangrijkste van de goden,
Ik zou wel heel graag willen weten,
Waarom je hier al dagenlang in je eentje zit,
In die grote brede zaal.

Freyr:

4 Hoe zal ik jouw vertellen,
Jij jonge held,
Van mijn grote verdriet?
Ook al komt de zon elke ochtend op,
Om met zijn stralen alles te verlichten,
Mijn diep verlangen,
Zullen de zonnestralen nooit verlichten.

Skirnir:

5 Volgens mij,
Zijn jouw verlangens niet zo groot,
Dat je ze mij niet zou mogen vertellen.
We hebben elkaar al altijd, vanaf dat we nog klein waren,
Kunnen vertrouwen.

Freyr:

6 Ik heb een leuk meisje uit het huis van de reus Gymir zien komen.
Haar armen schitterden zo erg,
Dat van de glans,
Heel de lucht en de zee licht gaven.

7 Nooit eerder,
Heeft een meisje meer voor een man betekend,
Maar geen van de goden of elven,
Zal het goed vinden,
Dat zij en ik samen zijn.

Skirnir:

8 Geef me dan het paard dat door het donker,
En magisch flikkerende vlammen gaat.
Geef me ook het zwaard dat op eigen kracht,
Tegen de grimmige reuzen vecht.

Freyr:

9 Ik geef je het paard dat door het donker,
En magische vlammen gaat.
Ook geef ik je het zwaard dat als vanzelf vecht,
Tegen de grimmige reuzen,
Als een waardige held het gebruikt.

Skirnir zegt tegen het paard:

10 Donker is het zonder jouw,
Ik denk dat de tijd gekomen is,
Om door de wilde bergen,
Naar waar de reuzen zijn te rijden,
We zullen beiden terugkomen,
Anders heeft de verschrikkelijke reus,
Ons beiden gegrepen.

Skirnir reed Jotunheim, waar de reuzen wonen binnen,
Op weg naar het huis van de reus Gymir.
Gevaarlijke honden aan kettingen,
Voor de poort van het hek,
Dat om het huis van Gerda lag.
Hij reed naar een herder toe,
Die op een heuvel zat,
En sprak:

11 Vertel me herder,
Zittend op je heuvel,
Vanwaar je alle wegen kunt zien:
Hoe kan ik het meisje spreken,
Voorbij de honden van Gymir?

De herder:

12 Ben je gedoemd te sterven,
Of ben je al dood?
Jij ruiter die naar hier is gereden.
Nooit zul jij spreken,
Met de mooie dochter van Gymir!

Skirnir:

13 Dapperheid is beter,
Dan praten alleen,
Mijn voeten hebben mij hierheen gebracht,
Het lot heeft al bepaald wanneer ik zal sterven,
Mijn hele leven is al uitgestippeld,
En alles heeft naar dit punt geleid.

Gerda:

14 Wat is dat voor een lawaai,
Dat ik hoor in ons huis?
De grond schudt,
Het hele huis van Grymnir,
En alles om mij heen,
Rammelt ook!

Dienstmaagd:

15 Er staat iemand buiten,
Die van zijn paard gesprongen is,
En zijn paard vrij laat grazen….

Gerda:

16 Vraag de man naar binnen te komen,
En goede mede te drinken,
Hier in onze hal.
Maar ik denk,
Dat daarbuiten,
De moordenaar van mijn broer staat!

17 Ben jij een Elf, een kind van de Azen,
Of een van de wijze Wanen?
Hoe kwam jij in je eentje door de springende vlammen heen,
Zodat je onze huizen kon zien?

Skirnir's_message_to_Gerd

Skirnir

18 Ik ben geen Elf, ook geen Aze,
Ook van de wijze Wanen ben ik er geen.
Maar ik kwam wel in mijn eentje door de vlammen,
Om je huis te bekijken.

19 Elf appels, allen van goud,
Zal ik je hier nu geven Gerda,
Om je trouw te kopen,
Zodat Freyr,
Jouw liefste zal worden.

Gerda:

20 Ik zal die elf appels nooit aannemen,
Van geen enkele man.
Ook zullen ik en Freyr,
Nooit samen in een huis wonen,
Zolang we beiden leven.

Skirnir:

21 Dan breng ik jouw de ring,
Die lang geleden samen,
Met de zoon van Odin verbrand is.
Van deze ring vallen acht nieuwe ringen,
Van hetzelfde gewicht,
Op elke negende nacht.

Gerda:

22 De ring hoef ik niet,
Ook al was hij lang geleden samen,
Met de zoon van Odin verbrand.
In het huis van Gymir,
Is er geen gebrek aan goud,
Mijn vader is al rijk genoeg.

Skirnir:

23 Zie jij meisje,
Dit scherpe, heldere zwaard,
Dat ik hier in mijn hand hou?
Ik zal meteen je hoofd van je nek slaan,
Als jij niet doet wat ik wil.

Gerda:

24 Door niemand,
Zal ik me zo laten sturen door macht.
Maar gelukkig zal Gymir graag met je vechten,
Als hij je hier tegenkomt.

Skirnir:

25 Zie jij meisje,
Dit scherpe, heldere zwaard,
Dat ik hier in mijn hand hou?
Voordat het blad de oude reus raakt,
Is je vader gedoemd te sterven.

26 Ik sla je meisje,
Met mijn magische staf,
Om jouw te temmen,
En je te laten doen wat ik wil.
Je zult daar heen gaan,
Waar geen man je ooit nog kan zien.

27 Op de heuvel van de adelaar,
Zul je altijd zitten,
Met het uitzicht op de poorten van Hel.
Je vlees zal nog walgelijker voor jezelf worden,
Dan de grauwe midgaardslang voor de mens is.

28 Akelig om te zien,
Als je tevoorschijn komt.
De reus Hrimnir zal je aanstaren,
Mensen zullen zich verafschuwen als ze je zien.
Je zult beroemder worden dan de wachter van de goden!
Tuur maar verder, vanuit je gevangenis.

29 Woede en verlangen,
Voetboeien en boosheid,
Tranen en kwelling wens ik jouw.
Waar je gaat zitten,
Zal mijn vloek met heel mijn hart,
En twee keer zo zwaar,
Op jouw uitwerken.

30 In het huis van de reus,
Zullen walgelijke dingen,
Je elke dag met kwade daden schaden.
Mislukking zul je krijgen, in plaats van blijdschap,
En verdriet te lijden met tranen.

31 Met driekoppige reuzen,
Zul je ooit samenwonen,
Of je zult nooit een man hebben.
Laat het verlangen je grijpen,
Laat het misbruik je misbruiken.
Ben als de distel die in een donkere hoek,
weggegooid en verpletterd wordt.

32 Ik ga naar het woud,
En naar het natte bos,
Om een magische staf te winnen..


Ik won een magische staf.

33 Odin wordt boos,
Kwaad is de beste der goden,
Freyr zal je vijand zijn,
Meest slechte meid,
Met de magische boosheid,
Van de goden tegen je gekeerd.

34 Let op heersers van de vorst,
Hoor het reuzen,
Zonen van Suttung,
En goden, jullie ook,
Hoe ik verbied,
En hoe ik ban,
De ontmoeting van mannen met de meid,
Het plezier van mannen met de meid!

35 Hrimgrimnir is hij,
De reus die jouw zal hebben,
In de diepte bij de deuren van Hel.
Naar de hal van de ijsreuzen zul je elke dag gaan,
Kruipend en verlangend zonder hoop.

36 Laagstaande ellendelingen,
Aan de wortel van de boom,
Zullen de smerige drinkhoorns voor je vasthouden.
Een drank die beter bij je past zul je nooit vinden,
Dat aan jouw wensen voldoet,
Dat aan mijn wensen voldoet.

37 Ik schreef je een toverspreuk met drie runen erin:
Verlangen, gekte en lust.
Maar wat ik geschreven heb,
Kan ik ongedaan maken,
Mocht ik dat nodig vinden.

Gerda:

38 Voel je liever welkom,
En neem een koude beker gevuld met mede,
Maar ik geloofde niet,
Dat ik ooit zoveel zou houden,
Van een van de Wanen.

Skirnir:

39 Mijn boodschap aan Freyr,
Moet ik nu echt weten,
Voordat ik huiswaarts rijd:
Hoe snel zal je,
Met de machtige zoon van Njord,
Een ontmoeting hebben?

Gerda:

40 Barri is er,
Dat we beiden goed kennen,
Een mooi en rustig bos.
Na negen nachten,
Zal aan de zoon van Njord,
Door Gerda,
Genot gegeven worden.

Toen reed Skirnir naar huiswaarts.
Freyr stond buiten,
Sprak met hem,
En vroeg hem naar de boodschap:

41 Vertel me skirnir,
Voordat je het zadel afdoet,
Of een stap naar voren zet:
Wat heb je gedaan,
In het huis van de reus,
Om jouw of mij blij te maken?

Skirnir:

42 Barri is er,
Dat we beiden goed kennen,
Een mooi en rustig bos.
Na negen nachten,
Zal aan de zoon van Njord,
Door Gerda,
Genot gegeven worden.

Freyr:

43 Lang is een nacht,
Langer zijn twee,
Hoe zal ik er drie volhouden?
Vaak heeft mij,
Een maand korter geleken,
Dan nu een halve nacht van verlangen.

Published by

sjpielsewolf

Interested in germanic heathenry, lore, original fairy- and folktales, shamanism and lots of other related worldly stuff. I walk and cycle alot in nature, read, play various instruments etc.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s