Het landschap en zijn invloed op de Nederlandse aard

Ooit pastte de mens zich aan zijn omgeving aan – NU passen we de omgeving helaas aan ons aan…

Om te beginnen: de zee

Zonder zee waren wij geen volk van vissers en schippers, van transporteurs en handelaars, van watergeuzen en Godsgeuzen geworden. Deze heeft onze geschiedenis in belangrijke mate bepaald en daarmee onze aard. Uit de zee kwam de haring en vandaar kwam het haringkaken, uit die zee kwamen de Watergeuzen, die een begin maakten met de daadwerkelijke bevrijding van Spanje. De zee maakte onze visvaart, onze scheepscultuur, onze kapers, onze koloniën, onze vrienden en onze vijanden.

Onze taal en onze denkwijze is vol scheepstermen en -beelden, onze huizen lijken nog vaak eerder op scheepsroefjes dan op kasteelzalen; en als scheepsroefjes worden ze gepoetst en opgesierd.

Naast en met de zee: het water

De rivieren stromen en kanalen, het feit dat we in een delta van rivieren wonen. Dat alles schiep niet alleen bepaalde vervoersmogelijkheden maar ook een zekere beweeglijkheid van lichaam èn geest. Het water schiep de kansen voor het tot bloei komen van afzonderlijke kleine steden met eigen stedelijke cultuur. Dat water maakte het niet gemakkelijk voor de adel om zijn gezag over grote gebieden te doen gelden, want water scheidt in eerste aanleg.

Elke vaart, elke sloot is een mogelijkheid tot bloei of handhaving van individualisme. De Hollandse Dirken konden de Duitse keizer trotseren achter het waterfront. Op ieder door water omgeven land kan een Hollander, Zeeuw of Fries zich een kleine koning voelen: met eigen recht, eigen zin en eigenzinnigheid.

Maar het water verbindt ook, bij iets gevorderde techniek: niet alleen door vekeerswegen over water, maar ook doordat samenwerking in bestrijding van het water noodzakelijk is. Dijken, dammen, boezems, bemaling enz. vragen de geregelde inspanning van velen, die alleen samengebundeld de nodige uitwerking heeft.

Zindelijkheid veronderstelt eveneens water. Men ziet het duidelijke verschil tussen de mate van zindelijkheid bij Zeeuw, Fries en Hollander vergeleken met die bij de zandgrondbewoners – Drent, Gelderlander of Brabander.

De vruchtbaarheid van de kleigronden, de geschiktheid van de weidegronden voor veeteelt hebben reeds vroeg een grote mate van welvaart, van overdaad in eten en drinken ook, mogelijk gemaakt. Tuinbouw, kwekerij, veredeling van gewassen lokten al spoedig de geschiktheid voor detailwerk, de geregelde zorg en aandacht van de Nederlander tot hoger ontplooiing. Daarbij spreekt het regenrijke klimaat de groei van vele gewassen en vooral van weidegras in de hand.

Ook de ligging als delta aan het eind van het continent maakte de afweer van vreemde heersers gemakkelijk: zo bij het zich vrij houden van de opdringende Fransen uit het Zuiden, de Duitse keizer in het Oosten: (Dordrechts tol), de Spanjaarden ten slotte, die geen vaste voet in het waterland konden houden en uiteindelijk ook door het water van Leiden ontzet verdreven werden.

We kunnen ons moeilijk meer een voorstelling maken van de mate waarin het water ons land in vele van zijn onderdelen, bij sommige weersgesteldheden vooral, in feite ontoegankelijk maakte.

Published by

sjpielsewolf

Interested in germanic heathenry, lore, original fairy- and folktales, shamanism and lots of other related worldly stuff. I walk and cycle alot in nature, read, play various instruments etc.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s